In dit bericht kunnen jullie drie recensies over het boek "Dinsdag" van Elvis Peeters vinden. Hopelijk wordt jullie "leesdrang" zo geprikkeld dat jullie het boek zelf ook eens een keertje gaan lezen!
Ik wens jullie alvast veel leesplezier!
1. Meedogenloos en toch liefdevol
Als het boek begint, wordt de naamloze protagonist wakker op zolder, vlak onder het dak waar ’s ochtends altijd dezelfde duif overheen scharrelt. Het is vlak na de dood van zijn tweede vrouw, die sterk dementeerde. Sinds haar dood slaapt de man op zolder, om op die manier – zo lijkt het- dichter bij haar te zijn. Het contemporaine verhaal speelt zich in één dag af, zoals de titel al suggereert. De flashbacks bestrijken echter een veel langere tijd. De gedachten van de hoofdpersoon heen springen en weer tussen verleden en heden. Zijn huidige leven is eenzaam en kleurloos: de enige die hem nog bezoekt is het meisje van de sociale dienst, dat hem probeert te overtuigen te verhuizen omdat de gemeente andere plannen heeft met zijn woning. Verder gebeurt er weinig: hij bezoekt een café, doet een dutje. Het vormt een wel heel groot contrast met het vroegere leven, waarin de hoofdpersoon afreist naar Congo en daar een turbulent leven leidt. Op een sobere en luchtige manier wordt beschreven hoe hij vanuit België als jonge adolescent besluit af te reizen naar Congo, waar de verhoudingen op scherp staan in een tijdperk waarin de kolonie zich langzaam maar zeker losmaakt van België.
De tijd in Congo bevat geen plot, er zit vrijwel geen lijn in. Het jonge personage heeft verschillende baantjes als opzichter of automonteur. Daarnaast spelen alcohol en (gewelddadige) seks een grote rol in zijn leven en maakt hij zich verschillende keren schuldig aan ernstige misdaden wanneer hij zich aansluit bij rebellen Hij maakt gebruik van de verstoorde verhoudingen en neukt en moord er lustig op los, argeloos en gewetenloos: ‘De broeder zonder broek werd vastgegrepen. De man met het mes hakte zonder aarzelen met één houw zijn geslacht eraf. Bloed spoot op het altaar, de broeder schreeuwde.’ Bijna schematisch wordt verteld wat de protagonist meemaakt, op een enigszins vlakke manier: het wordt niet duidelijk wat hij voelt en denkt. Gek genoeg lijkt dit wel te werken voor de roman: het is juist de bevreemding die blijft intrigeren. Er zijn echter ook nadelen: Door de ietwat fragmentarische beschrijvingen waarin verdieping vaak ontbreekt en door het moeilijk te benaderen personage ontbreekt het de lezer veelal aan de mogelijkheid zich in te leven en te vereenzelvigen.
Opvallend in de schakelingen tussen heden en verleden is de wisseling van vertelsituatie. Voor de beschrijving van het verleden wordt gebruik gemaakt van een ik-perspectief, voor die van de huidige tijd een personaal. Het roept een idee van nostalgie op: de hoofdfiguur vereenzelvigt zich met de tijd in Congo. Hij treedt daar op als verteller en als handelend personage. In de nadagen van zijn leven is dat niet meer het geval. Het personele perspectief maakt het personage naast inhoudelijk ook in de stijl passief.
Alhoewel de twee levensfasen van elkaar verschillen als dag en nacht, blijft het karakter min of meer onveranderd. Ook in zijn latere leven blijkt hij vaak nog even rücksichtlos te zijn, bijvoorbeeld wanneer hij op een moment dat zijn eerste vrouw Erna niet thuis is de –door haar zeer geliefde- kat van het balkon gooit. Gewoon, omdat hij zich aan het dier ergerde.
Is er dan helemaal geen sprake van empathie in het boek? Ja, dat is er wel, en het zorgt ervoor dat er toch enige sympathie ontstaat en dat het personage toch meer round character wordt. Uit de relaties die hij als oudere man heeft (twee vrouwen, die hij allebei overleeft) blijkt dat er wel degelijk liefde schuilt in de verder zo moeilijk te peilen protagonist. Hij verzorgt beide vrouwen liefdevol tijdens hun ziekte en kijkt niet machteloos toe hoe de Alzheimer zijn tweede vrouw langzaam laat wegteren, maar doet nog precies die dingen met haar waar ze vroeger zo van genoot:
‘Uit de cafetaria haalde hij een lepel, want het plastic lepeltje dat in het ijs stak was te klein en broos. Daarna voerde hij Simone het ijs en de stukjes aardbei. Af en toe nam hij zelf een lepel. De hel tijd zei ze geen woord, maar hij keek haar recht in de ogen en dat liet ze toe. Hij keek hoe haar ogen de lepel volgden en probeerde te achterhalen of ze zich misschien vaag kon herinneren, zonder woorden wellicht, wat het ijs ooit had betekend. Het laatste stukje aardbei stak hij in zijn eigen mond. En toen kustje hij haar voorhoofd en veegde zijn lippen af.’Met Dinsdag heeft Elvis Peeters na Wij opnieuw een roman geschreven over gevoelloosheid, gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel en inlevingsvermogen. De geschiedenis rondom de vroegere Belgische kolonie wordt zijdelings aangestipt, wat zorgt voor enig engagement. Het is knap hoe Elvis Peeters het eentonige leven van een oude man afzet tegen dit verleden, al staan het personage en de gebeurtenissen soms ver van de lezer af. Op extreme wijze lijkt de auteur de mensheid een spiegel voor te houden: een spiegelbeeld dat voornamelijk afschrikt en afstoot, en daarmee zijn doel bereikt heeft.
2. Geweldig verschrikkelijk
In onze vergrijsde samenleving leven talloze bejaarde mensen die allen hun eigen verleden hebben. Hoe zou het leven eruit hebben gezien van die oude man die elke zaterdag in dezelfde winkel boodschappen doet? En wat herinnert hij zich nog van zijn jongere jaren? In Elvis Peeters’ nieuwe roman Dinsdag staan deze vragen centraal.
Het verhaal begint op een willekeurige dinsdagochtend. Peeters beschrijft tot in de kleinste details hoe zijn hoofdpersoon ontwaakt en wacht tot hij het vertrouwde geluid van trippelende vogelpootjes op het dak hoort. Dat is het teken dat de oude man op kan staan. Peeters vertelt hoe de man zich uitrekt en het bloed door zijn aderen begint te stromen.
Naarmate de dag verder verstrijkt, kom je steeds meer te weten over het enerverende verleden van de man, die lange tijd in Belgisch Congo heeft gewoond en zich daar op bijzondere wijze heeft weten te redden. Het zijn de dagelijkse rituelen en eentonigheid van het leven in een Brusselse buitenwijk die hem niet alleen terugvoeren naar zijn wilde tijd in Congo, maar ook naar de liefdevolle jaren die hij na zijn terugkeer met zijn twee vrouwen, die inmiddels allebei overleden zijn, beleefde.
Peeters verwerkt veel informatie in zijn verhaal. Hij wisselt het Brusselse leven af met het bestaan in Belgisch Congo. Door middel van flashbacks schiet je al lezend tussen deze twee werelden heen en weer. Het perspectief wisselt daarbij veelvuldig tussen de derde persoon, wanneer de verteller aan het woord is, en de eerste persoon, als de hoofdpersoon bij zichzelf aan het nadenken is. Hierdoor krijgt het verhaal iets rommeligs. Met het perspectief wisselt ook het taalgebruik, wat voor nog meer verwarring zorgt. Typisch Vlaamse uitdrukkingen (zoals ‘proper’) worden afgewisseld met botte uitspraken die niet bij het elegante Vlaams lijken te passen:
‘Maar ondanks alle drank die ik gezopen heb, is er geen bierbuik. Ik piste het er allemaal weer uit, ik heb veel aan mijn lul te danken, denkt hij met een lachje.’Niettemin levert de stijl van het boek een belangrijke bijdrage aan het beeld dat je als lezer van de hoofdpersoon krijgt. Hij is een onsympathieke figuur die zich zijn hele leven heeft laten leiden door zijn impulsieve en egocentrische karakter. Vooral wanneer de man zelf aan het woord is, en zich zijn belevenissen in Belgisch Congo herinnert, tekent de kordate stijl zijn karakter. De gedetailleerde, soms langdradige beschrijvingen van het Brusselse leven typeren de hoofdpersoon: een man op leeftijd die zich nergens om hoeft te bekommeren – hij hoeft slechts de dag door te komen.
Het verhaal bevat veel contrasten: jong en oud, Europa en de kolonie, meedogenloos en liefdevol. Aan de ene kant leer je de oude man kennen, die in eenzaamheid op zijn herinneringen teert, aan de andere kant zie je hem in zijn jonge jaren, toen zijn verschrikkelijke karakter vrij spel had. De contrasten doen het verhaal goed. Doordat de herinneringen willekeurig opdoemen, fungeert het eenzame leven van de oude man als rode draad. Het zijn de dingen die hij in zijn dagelijks leven tegenkomt die hem aan zijn verleden doen denken.
Dat verleden, waarin koloniaal België centraal staat, wordt op confronterende wijze opgeroepen. De jongeman past zich moeiteloos aan in Congo, een land dat van het ene conflict in het andere rolt. Voor de impulsieve, amorele hoofdpersoon is het leven in Congo nooit saai. Langzaamaan onthult hij steeds meer verschrikkelijke daden die hij heeft begaan. Wat misschien nog erger is dan de daden zelf, is het feit dat de man nooit spijt heeft en steeds koelbloedig afstand neemt van zijn verleden.
De schokkende onthullingen leveren spannende passages op en onvoorspelbare plotwendingen. Er zit echter ook een keerzijde aan. De hoofdpersoon beleeft namelijk zo veel avonturen, die allemaal zo veel van elkaar verschillen (hij heeft minstens tien verschillende beroepen uitgeoefend), dat het de geloofwaardigheid aantast.
Dinsdag is een roman met een duidelijk doel: choqueren. Door middel van een excentrieke en onsympathieke hoofdpersoon heeft Elvis Peeters zijn doel weten te bereiken. Ondanks enkele stilistische minpuntjes, schetst het boek een vermakelijk portret van een opschepperige oude man die alles heeft meegemaakt en niets meer heeft om nog voor te leven.
Als je nog meer recensies wil lezen, stuur ik je graag verder naar de volgende site: http://recensieweb.nl

3. Recensie uit "De Standaard"
Op de vorige roman van Elvis Peeters kleefde een stickertje met 'Waarschuwing: expliciete roman'. De nieuwe verdient ook een waarschuwing: 'Kan uw waarden en normen schaden'.
Wat krijgen we nu, dacht ik, na de eerste bladzijden van Dinsdag. Een bejaarde man ontwaakt, staat op, denkt aan zijn overleden echtgenote. Het meisje van de sociale dienst wil hem graag in een bejaardentehuis hebben, hij peinst er niet over. Man drinkt koffie. Man rookt sigaret. Banale handelingen, de laatste schaduwgevechten van iemands leven.
Dat is niet wat Elvis Peeters normaal gezien serveert. In De ontelbaren (2005) beschreef hij wat er zou gebeuren als Europa echt overspoeld zou worden door migranten. Wij (2009) ging over zinloos geweld. En nu een portie platgekookte literaire melancholie?
Er zijn echter tekenen aan de wand. 'Hij beschikt niet meer over de kracht van toen hij nog jong was maar oud genoeg om een geweer of een granaatwerper te dragen', bedenkt de oude man. En in een mijmering over de dood passeert deze frase: '...als een ziekte daar anders over beslist, zal ik over de dood beslissen, zoals ik al eerder gedaan heb'. Herinneringen, in flarden, over een periode in Congo en een verblijf in de gevangenis, maken het af: de lezer weze gewaarschuwd, hier is iets meer aan de hand.
Congo
Het is dinsdag, mogen we afleiden uit de titel. Zomaar een dag. Zomaar een leven, dat wordt beschreven in de derde persoon. In de eerste persoon echter kijkt de hoofdpersoon terug op dat leven. Eerst vernemen we pekelzonden. Een beetje fraude hier, wat Belgische 'plantrekkerij' daar. Maar dan vernemen we hoe de 'held', na de groepsverkrachting van een jonge vrouw, door zijn ouders naar Congo gestuurd wordt, naar de plantage van zijn zus, om het schandaal te ontlopen. Het zijn de late jaren '50. In Congo wordt geschreeuwd om onafhankelijkheid. Voor een levenslustige jongeman is de kolonie één grote speeltuin, met gewillige vrouwen, avontuur en racewagens.
Onze bedaagde bejaarde heeft nog meer om over te mijmeren. Zijn deelname aan de onafhankelijkheidsoorlog van de provincie Katanga, bijvoorbeeld. En daarna aansluiting bij de Simba's, de wreedste partij in de burgeroorlog. Gedenkwaardig is de scène waarin een dichtbundel van Guido Gezelle kan beslissen over leven en dood van een pastoor en waarin een zwarte soldaat in de houding gaat staan voor een Gezelle reciterende commandant: 'Timpe, tompe, terelink; vliegt van hier na Derelijk'.
Hedonisme
Ongeveer halverwege gaat de hoofdpersoon op jacht en schiet een aap. De tanden van het dier draagt hij aan een kettinkje rond zijn hals; ze boezemen de Congolezen ontzag in. Die tanden zijn een krachtig beeld. Peeters' protagonist zet zijn tanden in het leven. Hij is een hedonist, iemand die zijn eigen genot najaagt, zonder uit de weg te gaan voor anderen. Vrouwen, zwarten, dieren: allemaal betalen ze een hoge prijs voor zijn genot. Maar hij bereikt het wel!
Déze lezer slaagde er niet in de held te zien als de gewetenloze egoïst en opportunist die hij misschien wel is. Nee, in de hoofdstukken in het heden blijft hij de doorsnee 'uitbollende' bejaarde, die toevallig kan terugblikken op een rijkgevuld leven met ups en downs. Een leven dat ik hem... nou ja, benijdde.
Bij nadere beschouwing is het verschil tussen Dinsdag en Peeters' vorige roman helemaal niet zo groot. Diezelfde thematiek - een ongebreideld, egoïstisch en tegelijk benijdenswaardig verlangen naar léven - zat ook in Wij. Peeters schreef toen over jongeren uit de 21ste eeuw, die zonder moreel voorbehoud hun begerenswaardige lichamen inzetten om te krijgen wat ze begeren. In Dinsdag beperkt hij zich tot één personage en plaatst dat in de 20ste eeuw. Het effect is opmerkelijk: hoe gelijkaardig de twee romans ook zijn, Wij maakte een enigszins hijgerig-hippe indruk, terwijl Dinsdag, na een slome start, de lezer verleidt tot het laten zakken van zijn morele maatstaven - en daar in slaagt.
Het is ook mogelijk de link te leggen met De ontelbaren. De vloedgolf aan migranten in die roman had niets gewelddadigs: ze namen alleen de ruimte is die ze nodig hadden, stalen alleen wat ze nodig hadden om te overleven. Opnieuw die niet te stoppen behoefte aan leven.
Dinsdag is, kortom, opnieuw een opmerkelijk boek, aanbevolen, net als Elvis Peeters' twee vorige 'amorele vertellingen'.
Dat is niet wat Elvis Peeters normaal gezien serveert. In De ontelbaren (2005) beschreef hij wat er zou gebeuren als Europa echt overspoeld zou worden door migranten. Wij (2009) ging over zinloos geweld. En nu een portie platgekookte literaire melancholie?
Er zijn echter tekenen aan de wand. 'Hij beschikt niet meer over de kracht van toen hij nog jong was maar oud genoeg om een geweer of een granaatwerper te dragen', bedenkt de oude man. En in een mijmering over de dood passeert deze frase: '...als een ziekte daar anders over beslist, zal ik over de dood beslissen, zoals ik al eerder gedaan heb'. Herinneringen, in flarden, over een periode in Congo en een verblijf in de gevangenis, maken het af: de lezer weze gewaarschuwd, hier is iets meer aan de hand.
Congo
Het is dinsdag, mogen we afleiden uit de titel. Zomaar een dag. Zomaar een leven, dat wordt beschreven in de derde persoon. In de eerste persoon echter kijkt de hoofdpersoon terug op dat leven. Eerst vernemen we pekelzonden. Een beetje fraude hier, wat Belgische 'plantrekkerij' daar. Maar dan vernemen we hoe de 'held', na de groepsverkrachting van een jonge vrouw, door zijn ouders naar Congo gestuurd wordt, naar de plantage van zijn zus, om het schandaal te ontlopen. Het zijn de late jaren '50. In Congo wordt geschreeuwd om onafhankelijkheid. Voor een levenslustige jongeman is de kolonie één grote speeltuin, met gewillige vrouwen, avontuur en racewagens.
Onze bedaagde bejaarde heeft nog meer om over te mijmeren. Zijn deelname aan de onafhankelijkheidsoorlog van de provincie Katanga, bijvoorbeeld. En daarna aansluiting bij de Simba's, de wreedste partij in de burgeroorlog. Gedenkwaardig is de scène waarin een dichtbundel van Guido Gezelle kan beslissen over leven en dood van een pastoor en waarin een zwarte soldaat in de houding gaat staan voor een Gezelle reciterende commandant: 'Timpe, tompe, terelink; vliegt van hier na Derelijk'.
Hedonisme
Ongeveer halverwege gaat de hoofdpersoon op jacht en schiet een aap. De tanden van het dier draagt hij aan een kettinkje rond zijn hals; ze boezemen de Congolezen ontzag in. Die tanden zijn een krachtig beeld. Peeters' protagonist zet zijn tanden in het leven. Hij is een hedonist, iemand die zijn eigen genot najaagt, zonder uit de weg te gaan voor anderen. Vrouwen, zwarten, dieren: allemaal betalen ze een hoge prijs voor zijn genot. Maar hij bereikt het wel!
Déze lezer slaagde er niet in de held te zien als de gewetenloze egoïst en opportunist die hij misschien wel is. Nee, in de hoofdstukken in het heden blijft hij de doorsnee 'uitbollende' bejaarde, die toevallig kan terugblikken op een rijkgevuld leven met ups en downs. Een leven dat ik hem... nou ja, benijdde.
Bij nadere beschouwing is het verschil tussen Dinsdag en Peeters' vorige roman helemaal niet zo groot. Diezelfde thematiek - een ongebreideld, egoïstisch en tegelijk benijdenswaardig verlangen naar léven - zat ook in Wij. Peeters schreef toen over jongeren uit de 21ste eeuw, die zonder moreel voorbehoud hun begerenswaardige lichamen inzetten om te krijgen wat ze begeren. In Dinsdag beperkt hij zich tot één personage en plaatst dat in de 20ste eeuw. Het effect is opmerkelijk: hoe gelijkaardig de twee romans ook zijn, Wij maakte een enigszins hijgerig-hippe indruk, terwijl Dinsdag, na een slome start, de lezer verleidt tot het laten zakken van zijn morele maatstaven - en daar in slaagt.
Het is ook mogelijk de link te leggen met De ontelbaren. De vloedgolf aan migranten in die roman had niets gewelddadigs: ze namen alleen de ruimte is die ze nodig hadden, stalen alleen wat ze nodig hadden om te overleven. Opnieuw die niet te stoppen behoefte aan leven.
Dinsdag is, kortom, opnieuw een opmerkelijk boek, aanbevolen, net als Elvis Peeters' twee vorige 'amorele vertellingen'.
vrijdag 02 maart 2012, 03u00 Auteur: (Mark Cloostermans)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten