Mijn leesautobiografie
Lang, lang geleden was er eens een jongetje, genaamd Michiel. Elke avond zat hij heel geconcentreerd te luisteren naar “De allerleukste één-minuut-verhaaltjes voor het slapengaan”, die zijn mama voor hem voorlas. Dit was de plezantste manier om de dag af te sluiten. Toen Michiel 4 of 5 jaar was, begon hij samen met zijn mama aan de hand van tekeningen zijn “Eerste woordjes” te lezen. In het eerste leerjaar begon het echte werk. Eerst waren het nog maar korte eenvoudige zinnetjes, maar op het einde van het jaar kon hij al de kortverhalen van ”Vos en Haas” lezen. Eén van zijn andere favorieten was “Op de boerderij” . Het waren toffe verhaaltjes over Sander en zijn dierenvriendjes. Ook was het op het einde van het eerste leerjaar niet meer mama, die de verhaaltjes voor kleine broer Dries voorlas, maar Michiel. Enkele klassiekers waren “Het grote Zwinvoorleesboek” en ”Tot kijk, Vos en Haas”. In het tweede leerjaar was het lezen een echte “verslaving” geworden. Juffrouw Maria had er namelijk een soort wedstrijd van gemaakt. Wie het meeste boeken las, kreeg een beloning zoals een zakje snoep of… . Michiel wilde sowieso winnen, dus hij verslond het ene boek na het andere zoals “De mooiste goedenachtverhalen” , “De rattenvanger van Hamelen” en “Walt Disney’ s grote sprookjesparade”. In het derde leerjaar bereikte Michiel leesniveau 9. Wat was dat een beloning voor het geleverde werk! Het lezen stopte niet, integendeel. Hij begon “Jip en Janneke” , “Otje” en “Pluk en de Petterflet” te lezen. Broer Dries vond het geweldig dat grote broer, Michiel, elk jaar mooiere verhalen voor hem kon voorlezen. Het samen met mama naar de bib gaan was dan ook één groot “boekenavontuur”. Na een tijdje werden er nog enkel boeken als “ Lady en het zwervertje” , “Dumbo” , “Donald Duck” , “Peter en Elliott” en “De Reddertjes” geleend en gelezen natuurlijk. Op het einde van het vijfde en vooral in het zesde leerjaar las de ondertussen ver gevorderde lezer, Michiel, “De sprookjes van Andersen” , “De sprookjes van Grimm” , “De Boeboeks” en nog vele andere verhalen van Marc De Bel. Toen het “echte serieuze leven” begon, keerde plotseling het tij. Michiel las veel minder dan voorheen. Hij las er nog wel, maar het aantal lag wel een stuk lager. Vanaf dat moment las hij vooral boeken van Dirk Bracke, Thea Beckmann en Herman Van Campenhout. Enkele klassiekers waren “Blauw is bitter” , “Lentel” , “Gekaapt” en het uur nul. De boeken “Vliegen zonder vleugels” en “Angeldust” kon Michiel ook in een ruk uitlezen. Vanaf de tweede graad werden het meer detectiveverhalen zoals “Als de zee zwijgt” en boekenseries als “Twilight”. In het vierde jaar werden het ook als maar meer anderstalige boeken. Voorbeelden zijn “Frères de sang” , “Le petit Prince” en “The Body”. Tijdens de laatste zomervakantie las hij (slechts) 2 boeken. “Grace Williams spreekt zich uit” , een zeer aangrijpende roman en “The missing”, een typisch Brits detectiveverhaal. In de komende dagen (weken?) gaat hij beginnen aan een nieuw stapeltje boeken, namelijk de vervolgverhalen van “De Hongerspelen”. Zo tot hier loopt zijn boekengeschiedenis, maar geen paniek. Het wordt sowieso vervolgd!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten